Kunnen we ooit in de toekomst kijken en weten wat daar gaat gebeuren?

 

Stel dat we het ooit kunnen, want misschien hebben we ooit de kennis en technieken om de toekomst te zien. Door zwarte gaten, sneller te gaan dan het licht of iets wat we nu niet kunnen bedenken. Maar stel, we kunnen het.

We zien dan wat er in de toekomst gebeurt. We zien situaties. Andere dan waar we nu zelf inzitten. Wat we dan weten is dat we toekomstige situaties kunnen zien. Wat we dan beseffen is dat alles al klaarligt.

Dan weten we, we spelen in een film.

Wat heeft het dan nog op dit moment voor zin of om over de toekomst na te denken? Om na te denken over wat te doen? Alles ligt dan al vast. Het gebeurt toch. Wat heeft het voor zin?

Ik ben blij dat ik niet in de toekomst kan kijken, weten wat daar gebeurt. Ik ben blij met mijn fouten, mijn mislukkingen. Het zijn tenminste mijn fouten, mijn mislukkingen. Niet uit het draaiboek van een film waar ik in zit.

Ik ben blij dat de toekomst nog niet bestaat. Zoals mijn kleinzoon het omschreef: “omdat de situatie nog niet heeft plaatsgevonden, daarom bestaat die niet”. Nu weet hij dat nog, maar zal ook bij hem dat besef verdwijnen, net als bij de volwassenen?

Als de toekomst nog niet bestaat en het verleden voorbij is, wat is dan de werkelijkheid? De werkelijkheid is dat we leven in het NU, alleen die stem in ons hoofd weet dat niet.

Wat kan je hiermee?

Je gewoon wat minder druk maken. Je weet toch niet wat er in de toekomst gaat gebeuren. Beetje meer relativeren. We zien wel.  Wat? Dat weet je toch niet.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Gedachtemanagement

Mijn Twitterverhaal

Morgen uitslapen. Ga dat maar doen.

Vannacht om 4 uur wakker. Al licht.

Wekker stond stil. Geen elektriciteit. Koud in huis. Niets werkt meer. Horloge geeft 9 uur aan.

Vrouw gewekt. Ga naar probleem kijken.

Gas en water gecontroleerd. Geen gas, dun straaltje water. Kan niets vinden.

Water opgevangen. Hebben nu pas 1 liter.

Vraag aan buren. Hebben ook geen elektriciteit. Telefoon werkt niet. Mobiele ook niet. Wat is er aan de hand?

Buurman Frits bonkt op deur. Heeft nieuws. Hele dorp zonder stroom.

Oorzaak onbekend.

Maken ons zorgen om de kinderen. Had toch moeten tanken. Stom.

Koffie gemaakt op campinggas. Hebben een bijna volle gastank. Nog van de vakantie.

Aantal buren uitgenodigd voor de koffie. Lacherige sfeer.

Buren weg. Toch mooi, saamhorigheid.

Frits heeft noodpakket met rampenzender. Houdt ons op de hoogte.  Watertoevoer helemaal gestopt. Hebben vijf liter water. Voldoende?

Frits klopt op deur. Kan geen zender ontvangen. Wil ons toch op de hoogte brengen. Aardige man.

Weer Frits. Nu wel nieuws. Grote delen van Europa zonder stroom. Binnenblijven is  advies.

Betrap mezelf erop dat ik de computer aanzet. Over patronen gesproken.

Om drie uur allemaal naar Frits. Rampenzender luisteren. Komt meer informatie.

Rampenzender. Veel gekraak en af en toe een stem. Zonnevlammen, zonnevlekken. Onveilig, niets werkt.

Nog steeds in huis van Frits. Donker. Waxinelichtjes uit noodpakket.

Rampenzender komt niet meer door. Stemming slaat om.

Aantal buren vertrekken naar familie. Angst slaat toe.

Frits heeft gehoord dat noodaggregaten komen. Vraagt ons thuis te wachten.

Neemt duidelijk de leiding.

Mis het aanslaan van vriezer en van koelkast. Hoe zou het met de kinderen zijn? Het is stil.

Hebben nog geen kwart tank benzine. Weggaan? Waar naartoe?

Morgen naar de supermarkt. Inslaan. Hebben nog veertig Euro contant. Kan geld nog?

Koud! Frits heeft ons twee warmhouddekens gegeven uit zijn noodpakket. Word gek van stilte.

Even in de auto gezeten. Verwarming aan. Radio geen zenders. Alleen gekraak.

Slapen. Morgen zal het toch wel opgelost zijn?

Naar het huis van Frits. Kijken of er nieuws is.

Frits is vertrokken. Met gezin en radio. Auto weg. De verrader.

Mensen staan buiten te praten. Ga kijken.

Supermarkten geplunderd. Heeft een buurvrouw gehoord. Moeten snel zijn.

Veel mensen voor deur supermarkt. Vrouw schreeuwt. Kinderen moeten eten. Gaat door merg en been.

Man trapt deur supermarkt in.

Flessen water, kaarsen, fruithapjes en babymelk voor de kleinkinderen. Aardappels, veel blikken.

Nog snel vijf flessen wijn onder de Pampers gelegd. Grand Cru. Sigaretten op. Moment om te stoppen.

Politieauto. Doet niets. Rijdt weer weg.

Auto vol boodschappen. A12 afgesloten. Kan brug niet over. Politie en militairen. Binnendoor route?

Alles afgesloten. Dijk ook. Komen niet verder. Naar huis.

Boodschappen naar zolder gebracht. Veilig.

Frits terug. Was in Duitsland. Ook geen stroom. Heeft radio geruild voor benzine. De loser.

Buren praten buiten over Frits. Zie ze wijzen.

Frits klopt op deur. Doen niet open. Schreeuwt. Ingebroken.

Eigen schuld!

Potje fruithapje gegeten. Walgelijk. Met wijn weggespoeld. Vrouw vindt het lekker.

Met warmhouddekens op bank. De wereld draait door zou nu beginnen. Wat is het nog vroeg.

Goed nieuws. Elektriciteit weer aan. Toch een mooie kerstmis. Frits gaat verhuizen.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Team player of solist

Een deel van de mensen is meer team player, een ander deel is meer solist en nog een deel is beide in gelijke mate.

Wij en samen. De invalshoek van de team player. Zo hoort het ook. Dat is de norm. Dat is de behoefte van de team player. Ik heb die behoefte niet zo, zegt de solist. De gedachte om alles samen te willen doen benauwt me zelfs. Onbegrip aan beide kanten. De team player die het begrip sociaal erbij kan betrekken. De groep. Het team. De afdeling. Je doet het met en voor elkaar. Dat is sociaal. Wil je dat niet, dus heb je behoefte om regelmatig alleen te kunnen zijn, dan is dat voor de echte team player onbegrijpelijk. Als iemand, die meer solist is, minder of niet enthousiast reageert op een verzoek tot samenwerking, wat zit daar dan achter, is al snel de vraag van de team player.

Ook hier kan de invulling een andere zijn dan het verschil in kenmerken. Hij denkt dat hij alles alleen kan. Hij wil niet met mij samenwerken. Hij reageert asociaal, zegt de team player over de solist. Hij kan het zeker niet alleen, zegt de solist over de team player.

Iemand is een team player, dus werkt het liefst zoveel mogelijk samen. De team player denkt in wij, het team, de groep en praat ook zo. Dan komt de team player iemand tegen die denkt in ik en ook zo praat. Een solist.

Wat de team player belangrijk vindt, komt niet over. Integendeel zelfs. Daar staat een andere mening tegenover. De solist wil iets niet wat de team player belangrijk vindt. Het liefst zoveel mogelijk samen doen.

Als ik het alleen kan doen, dan kan ik beter werken, vindt de solist. Die begrijpt ook niet waarom je per se samen moet werken.

Normaal is de grootste groep, is een uitspraak. Team player is normaal. Dat is de norm. Echter, er zijn veel mensen die meer solist zijn. Dat is een even grote kwaliteit als team player. Mensen met dat motivatiekenmerk hebben niet die sterke behoefte om alles samen te doen. Zij denken niet of minder in wij.  Zij hebben niet de behoefte om in een groep op te gaan. Dan komt het beoordelen. Dan komt de invulling.

De team player over de solist: als je niet samen wilt werken, dan wil je dus alle eer naar jezelf toehalen. Als je niet met mij samen wilt werken, dan heb je dus iets tegen mij. Dan moet je dat gewoon zeggen. Echt sociaal vind ik zo’n opstelling niet.

De solist over de team player: doe jij nou dat, dan neem ik dat andere deel voor mijn rekening. Alleen werk ik veel beter. Kan jij het niet alleen?

Zo kan het met alle motivatiebehoeften gaan die haaks op elkaar staan en zo gebeurt het ook.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Deel 1. Je zit ineens thuis.

Deze serie van vijf delen is geschreven door een gastschrijver, ervaringsdeskundige en GAP deskundige

Nou ja, ineens, is niet waar. Al een hele tijd voel je je niet goed in je vel. Op weg naar kantoor krijg je de ingeving, “als ik nou eens niet ga,…..?” Ik heb er zo geen zin meer in! Je maag, je keel, droge mond; fysieke verschijnselen van …  .Je weet het niet en de gedachte is weer weg, want je staat voor de ingang en gaat naar binnen. Immers je moet vandaag nog dit. Of was het gisteren al dat “het” af moest zijn.

Al een tijd ben je bezig met “het”, maar het kost veel energie, ergernis, frustratie. Je denkt dat “het” bij je werk hoort en je collega’s vinden dat kennelijk ook. Het is normaal lijkt het en je doet daar dapper aan mee. Maar is “het” wel normaal? Past “het” bij jou als persoon? Ligt het doel daadwerkelijk in je vermogen? Kan je dat wel alleen? Krijg je voldoende steun? Je doet mee, maar het kost heel veel energie. Je gaat door en ineens ontplof je zomaar om een kleinigheid. Je valt uit naar iemand. En je gaat weer door.

Zo ging dat in de periode voor  mijn “burn out”. Later gebruikte iemand de term vitale uitputting. Een term die beter aansloot bij wat ik voelde. Het combineerde het gevoel van leegheid, mentale vermoeidheid, lusteloosheid. Angst voor hetgeen ging komen.

Onrust in mijn hoofd. Het bleef maar doorgaan. Wat was er gebeurt? Hoe kan dat nou? Wat heb ik verkeerd gedaan? Allemaal vragen over hoe is het gekomen.

Maar ook vragen over de toekomst spookte door het hoofd. Wat zou er nou gebeuren? Hoe moet het verder? Als “ze” nu zeggen dat ik weer aan het werk moet, dan zeg ik …… Maar als ze dan ….., dan doe ik …? Wat zou (.?.) er van denken?

Ik ga me er niet onder laten krijgen!  Dat doe ik niet, kom nou!

Al dat denken over de toekomst maakte me ongelooflijk onzeker. Want het ene scenario was nog niet opgelost of het volgende diende zich alweer aan. Ik twijfelde sterk aan mijn eigen kunnen en was min of meer overgeleverd aan de gebeurtenissen die van buitenaf kwamen en waar tegen ik me weer moest wapenen.

Soms kon ik weer even beschouwen waar ik nu mee bezig was. Dat resulteerde in het besef dat het zo niet verder kon en dat ik “ iets” moest doen. Maar wat dan en wat was het meest geschikte. Hup daar ging ie weer.

Uiteindelijk werd ik zo moe van het heen en weer slingeren tussen verleden en toekomst dat ik “ineens thuis zat”.

← Deel 2. Stilstaan

Geef een reactie

Opgeslagen onder Gedachtemanagement

Deel 2. Stilstaan

Het besluit te stoppen voelde als een daad van gepast verzet en het besef dat ik nog kon handelen; dat er iets te kiezen viel. Dat gevoel van eigen keuzes kunnen maken en actie was moeilijk vast te houden, voor je het wist zat je die metronoom van verleden en toekomst weer te tikken in je hoofd.

Achteraf beschouwd was dat eigenlijk één van de oorzaken van alle ellende. Moeten en niet meer de vrijheid hebben eigen keuzes te kunnen maken. Overgeleverd aan de schijnbare willekeur van de dag, de dwang die van buiten komt. Een leven in het heden bestond eigenlijk niet meer. Al het “denken in je hoofd”; het geluid van de metronoom, legde het actief handelen en het “überhaupt” actief zijn, stil. Resultaat een somber gezoem in je hoofd en inertie.

Mijn “ burn out” was werk gerelateerd. Thuis ging het best goed, alhoewel ik achteraf hoor dat ik behoorlijk humeurig was. Dat kan ook bijna niet anders, want je bent nu eenmaal één mens en niet twee. Maar de situatie thuis maakte dat van inertie geen sprake kon zijn. Bovendien was daar niet het geluid van de metronoom. Kinderen leven sowieso met een korte historie en de toekomst ligt vol mogelijkheden. Het lijkt wel alsof je naarmate je meer historie hebt dit de verwachtingen voor de toekomst veel meer stuurt dan gerechtvaardigd is. In mijn herstelproces leerde ik dat de toekomst altijd anders verliep dan dat ik vooraf bedacht had. De kinderen waren aanwezig en dat hielp me de metronoom zachter te laten tikken, zowel in volume als in tempo.

http://hermanbeuker.wordpress.com/2012/04/04/deel-3-hulp-vragen-hulp-organiseren-afstand-nemen/

1 reactie

Opgeslagen onder Gedachtemanagement

Deel 3. Hulp vragen; hulp organiseren. Afstand nemen

Zoveel was me inmiddels wel duidelijk; alleen kom je er niet uit. Gelukkig (?) heb ik dat in mijn leven al vaker mogen constateren. Je moet het jezelf niet te moeilijk maken door stoer door te gaan. Ik weet inmiddels dat hulp vragen geen vorm van falen is. Als je ziek bent ga je naar de dokter, als je auto stuk is naar de garage.

Wandelen heeft een helende werking. Het brengt je in het “nu” en het ritme heeft een meditatieve werking. Elke dag een uur naar het bos in de buurt. Aanvankelijk vond ik het doodeng. Voor noodgevallen had ik mijn GSM meegenomen. Ook dacht ik dat men mij zou zien als een kinderlokker, potloodventer of een gevaarlijke psychopaat. Ook vond ik het lastig om zonder doel door het bos te lopen. Na een tijdje liep ik vaste routes die uitgezet waren. Alleen maar paaltjes lopen zei ik in mezelf. Dat hielp goed. Geen zorgen over de koers alleen maar paaltjes volgen en lopen. De cadans van het lopen, de bomen, de blaadjes, het zand op het pad, het licht door het gebladerte, het besef dat al je collega’s aan het werk zijn en jij in dit bos loopt. Constateringen in het “nu”, daar waar je bent en daar waar je kunt handelen. Bij thuiskomst voelde ik mij energieker en beter.

Yoga heeft dezelfde werking. Het maakt je bewust van je lichaam. Je ademhaling. De spanning in je lichaam. Adem al het ongemak weg zei de yoga lerares. Veel meer valt daar niet over te zeggen anders dan dat het ook weer over het “nu” gaat. Wat het deed heb ik nooit kunnen beredeneren, anders dan dat het goed was.

Waar ben je met je gedachten? In het verleden, het heden of de toekomst? Hoor je het stemmetje in je hoofd? Probeer het stop te zetten. Na het eerste gesprek met Herman Beuker was dat hetgeen waar ik mij bewust van moest worden. Meestal was ‘t het verleden (wat is er gebeurd?, hoe komt dat?) of de toekomst (wat zal er gaan gebeuren?).

Herman was de hulp die ik na een tijd zoeken (via, via) vond. Zijn boekje “Gedachten Management” raakte mij toen ik het las. Het ging over de onrust in je hoofd. Het eindeloos denken over verklaringen (over het verleden) en oplossingen (voor in de toekomst). Eindeloos was ik ermee bezig en het leidde tot niets, omdat zoals toen bleek, ik de oplossing buiten het speelveld van ons denken zocht. Ik trok de stoute schoenen aan en belde Herman voor een afspraak. Het klikte en we besloten om door te gaan met de gesprekken.

http://hermanbeuker.wordpress.com/2012/04/04/deel-4-mijn-gap-in-een-notendop/

1 reactie

Opgeslagen onder Gedachtemanagement

Deel 4. Mijn GAP in een notendop

 

Het speelveld van ons denken.

We kunnen de toekomst niet voorspellen, we weten niet wat een ander denkt, we weten niet wat oneindig, of niets, is. Vaak probeer ik aan het eind van de dag te overdenken wat ik aanvankelijk dacht dat er zou gebeuren die dag. En het is altijd anders. Wanneer ik mij zorgen maak over de toekomst, geeft dit besef al een beetje rust. Je kunt het niet weten en dat blijft erg vervelend en lastig.

De kunst van het weten dat je het niet kan weten en daar dan vanuit verder handelen in het nu.

Zes kerngedachten.

Niet te beantwoorden vragen, niet herkende fantasieën, de mensen in je denken, moet opdrachten, toekomst gerichte overtuigingen en besluiten.

Het adresseren van je gedachten naar één van deze categorieën is een geweldig hulpmiddel om het piekeren te stoppen. Lukt natuurlijk lang niet altijd, maar het gaat niet om het willen stoppen, maar om het besef dat het gedachten zijn.

Hoe zou je willen zijn (…en waarom ben je dat niet)

De zes kerngedachten helpen je om dat niet te kunnen zijn; het zijn beschermende gedachten geworden. Vaak wordt gevraagd wat zou je willen zijn. Wat zou je willen worden. Dat zijn vragen met antwoorden die in de toekomst liggen. Dat maakte voor mij de vraag onbeantwoordbaar. De vraag hoe zou je willen zijn brengt je in het nu. Het was voor mij een “bevrijding” om eens stil te staan bij hoe ik was, wie ik was en wat daar nou zo bijzonder aan is. Het had iets van tevreden zijn met wat je hebt en dat verder uitbouwen naar ……?

Het verleden is voorbij de toekomst kennen wij niet.

Van het verleden moet je van leren. De toekomst heeft, allerlei mogelijkheden, maar welke dat wordt kunnen wij niet weten.

Het stemmetje in je hoofd

Iedereen heeft een stemmetje in het hoofd. Het lijkt erop dat dat ons denken is. Als je het stemmetje eventjes tot zwijgen zou kunnen brengen, stopt het denken in je hoofd en ben je je bewust van “het nu”. Simpel weg tegen het stemmetje in je hoofd hardop zeggen “nu even niet” gaf een fractie van een seconde “rust”. Bij yoga en de meditatie leer je met het stop zetten van het denken om te gaan. Het komt op hetzelfde neer; je wordt je bewust van je zijn.

http://hermanbeuker.wordpress.com/2012/04/04/deel-5-je-wordt-er-beter-van/

1 reactie

Opgeslagen onder Gedachtemanagement, Uncategorized